Door de mand gevallen
(Door Chris van de Wetering / Intermediair, dinsdag 13 december 2005)

Ze zijn succesvol, uiterst competent, soms zelfs briljant. Anderen kijken in bewondering naar hen op, maar zelf vrezen ze ieder moment te kunnen worden ontmaskerd.

Onterechte verwachtingen?
'Ik stel eigenlijk niks voor'
Angst - funest gedrag
Herkenbaar fenomeen
Spelen we alleen maar een rol?
Voortdurende angst voor ontmaskering
Angst en perfectionisme: grote valkuilen
Ontstaan van het probleem
Mensen waarderen om hun zijn
Afrekencultuur tegenwoordig gebruikelijk

Onterechte verwachtingen?

Mijn eerste werkdag als journalist in loondienst vergeet ik niet snel. Ik logde in op mijn computer bij Het Parool en las een e-mail aan de hele redactie: ‘Vandaag is een nieuwe collega bij ons in dienst gekomen. Chris van deWetering is net cum laude afgestudeerd aan de postdoctorale opleiding Journalistiek in Rotterdam, ze studeerde daarvoor Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, gaf les aan de Sorbonne en zal in de toekomst haar talenten uitleven op de stadsredactie.’
 
Ik schrok: geen woord ervan was gelogen, maar toch had ik het gevoel dat dit mailtje onterechte verwachtingen wekte. Verblind staarde ik naar het scherm – inderdaad, als een haas die in de koplampen kijkt. Twee weken lang heb ik geen letter kunnen tikken uit angst elk moment door de mand te zullen vallen.
 
Tot nu toe – bij dezelfde krant had ik eerder al stage gelopen – had ik met veel geluk steeds mijn deadline gehaald, vertelde ik mezelf. Dat ik deze baan had gekregen, schreef ik dan ook voor een groot deel toe aan toeval en timing. Maar wat nou als bij mijn eerstvolgende verhaal het geluk niet meer meezat? Als zou blijken dat ik eigenlijk helemaal niet zo goed was als ik beloofde te zijn?

'Ik stel eigenlijk niks voor'

De vrees door de mand te vallen gaat verder dan de angst voor het witte papier, het bekende writer’s block. Veel schrijvers lijden aan wat wel het Nobelprijscomplex wordt genoemd. Elk verhaal dat ze schrijven moet excellent zijn, anders beginnen ze er liever niet aan. Ook auteurs van een bestsellerdebuut kampen ermee. Na die ‘toevalstreffer’ wachten ze eindeloos met hun tweede roman, die immers onomstotelijk moet bewijzen dat het eerste succes verdiend was. Van Maarten Biesheuvel is bekend dat hij jarenlang niet meer durfde te schrijven. Succes kan soms zwaar vallen.
Simon Carmiggelt zei over de literaire Constantijn Huygensprijs die hem was toegekend: ‘Een vervloeking was het (...) Ik moest de volgende dag verder, man. Ik had het gevoel alsof het hele Nederlandse volk over mijn schouder mee stond te lezen.’
Ik kwam er in mijn latere loopbaan achter dat ook beoefenaars van andere beroepen soortgelijk leed kenden. Zoals de middenmanager die ondanks een indrukwekkende staat van dienst liever geen senior manager werd, want dan zou duidelijk worden ‘dat het eigenlijk niks voorstelde’ wat hij tot nog toe had gepresteerd. De aankomend psychiater die het na elf jaar studie niet aandurfde psychotherapien te geven en die zelfs het behalen van haar rijbewijs toeschreef aan ‘een combinatie van ongelooflijk geluk en een goede dag van de examinator’; de leidinggevende die zichzelf graag neerzette als supervrouw maar wit wegtrok bij de minste of geringste kritiek.
 
Iedereen kent de verhalen van voetballers die ineens geen penalty's meer durven nemen of van toneelspelers die bevangen raken door plankenkoorts. De ervaren acteur Huub Stapel zegde bijna twee jaar geleden een premire af omdat ‘maladie du perfectionisme’ hem het spelen onmogelijk maakte. Het betreft vaak mensen die al heel wat hebben bereikt, maar die diep in hun hart kennelijk de overtuiging koesteren dat ze hun succes op oneigenlijke gronden hebben verworven.

Angst - funest gedrag

De angst door de mand te zullen vallen, berust op een merkwaardige paradox. Hoe onschuldig is dat gevoel eigenlijk en wat kun je ertegen doen als het je opbreekt in je loopbaan? Die vragen bekropen me opnieuw bij het lezen van een artikel van de econoom en psychoanalyticus Manfred Kets de Vries in Harvard Business Review. In The Dangers of Feeling Like a Fake beschrijft de hoogleraar aan het prestigieuze Insead in Fontainebleau de narigheid die ‘fakes’ in het bedrijfsleven afroepen over zichzelf en anderen. Want het gedrag van dit soort mensen is funest voor henzelf en hun onderneming, doordat ze zo moeilijk kunnen omgaan met succes.
 
In de Amerikaanse populair-wetenschappelijke literatuur worden mensen die voortdurend het gevoel hebben door de mand te zullen vallen, neurotische bedriegers genoemd. Het zijn geen bedriegers in de letterlijke zin van het woord, maar ze zen zichzelf als bedrieger. Ze denken dat ze tot nog toe ‘iedereen voor de gek hebben kunnen houden’ en elk moment kunnen worden ‘ontmaskerd’. De term werd voor het eerst gebruikt in 1978 door twee experts uit Georgia, de Amerikaanse hoogleraar psychologie Pauline Clance (Georgia State University) en de klinisch psychologe Suzanne Imes, in een studie over ambitieuze en succesvolle vrouwen.
 
De psychologen ontdekten dat velen van hen niet in staat waren successen toe te schrijven aan eigen competenties. Ze dachten hun succes te danken te hebben aan geluk, timing, vasthoudendheid, hun charmes of hun vermogen zich beter voor te doen dan ze waren. Aan van alles, behalve aan eigen kunnen. Wat ze verkeerd deden, schreven ze gek genoeg wl toe aan zichzelf. Later bleek dat het syndroom, zoals het dan meteen gaat heten, zich niet beperkte tot vrouwen; ook mannen hebben er veelvuldig last van.

Herkenbaar fenomeen

Hoe herkenbaar het fenomeen is, blijkt ook uit de ietwat wantrouwige reactie van de deskundigen die ik over dit onderwerp raadpleegde. ‘Is er een speciale reden dat u mij hiervoor belt?’, vroegen ze aarzelend. Nee hoor, k verdacht hen niet van valse pretenties, maar verdachten ze zichzelf soms? Het zijn ook vaak niet de minsten, maar juist mensen met een hoog streefniveau die zich door zulke twijfels laten afleiden. De lat ligt hoog, dus hebben ze sneller het gevoel te falen.
 
Het verhaal wil dat sir Arthur Conan Doyle, de geestelijk vader van Sherlock Holmes, eens een grap uithaalde met twaalf mensen tegen wie hij zelf hoog opkeek. Hij schreef hun een telegram. ‘Vlucht! Alles is uitgekomen’, luidde de tekst. Zes van de twaalf ontvangers vluchtten daarop het land uit. Een broodjeaapverhaal misschien, maar het maakt wel aanschouwelijk dat mensen kunnen denken bedriegers te zijn, ook al beschouwen anderen hen als niet de minsten. De Amerikaanse hoogleraar Clance schat dat ruim zeventig procent van de mensheid in elk geval eens in het leven wordt bevangen door de angst door demand te vallen.
 
Natuurlijk ontkom je er in het leven (en vooral op het werk) niet aan je soms iets beter voor te doen dan je bent. De oude Grieken en ook Shakespeare zeiden al dat het leven een schouwtoneel is. Je kunt nu eenmaal op kantoor moeilijk al je onzekerheden tonen: dan gaat die uitdagende klus naar een collega met meer zelfvertrouwen. Emotiedeskundige Susanne Pit zegt daarover: ‘We leven op een sociaal podium waarin je de keuze hebt mee te spelen of te worden genegeerd. Mensen kunnen daartoe verschillende versies van hun identiteit inzetten, naar gelang de omstandigheden waarin ze verkeren.’

Spelen we alleen maar een rol?

Die manipulatiemogelijkheid hoort volgens haar tot het overlevingsinstrumentarium van de menselijke soort. Pit, die ook coach is, schrijft er een boek over, De Emocode, dat komend voorjaar verschijnt. Ze denkt dat het gevoel door de mand te vallen samenhangt met het bewustzijn bij sommigen dat we allemaal slechts een rol spelen in het maatschappelijke verkeer.
‘We leren al vroeg ons aan te passen aan de codes die in een milieu gangbaar zijn, die bepalen hoe je je moet kleden, praten en gedragen. Als je gaat werken, zul je een versie van de eigen identiteit inzetten waarvan je denkt dat je daarmee het best overleeft in die setting.’ Ze noemt dit de ‘organisational (wo)man’, die een andere is dan de ‘ik van thuis’.
 
De angst om door de mand te vallen is volgens Pit dan ook tamelijk normaal. ‘Die hangt samen met dat manipuleren van het beeld dat de ander van jou heeft. Als ze me schillen, zien ze de ware ik, denken mensen op zo’n moment. Ze zijn dan dus bang te worden doorzien als manipulator’, zegt Pit. Mensen met zulke gedachten zijn zich meer dan anderen bewust van het feit dat we een rol spelen in het sociale verkeer. ‘
 
Maar als je voortdurend het gevoel hebt door de mand te vallen, moet je je toch ook gaan afvragen of het bouwwerk dat je hebt neergezet wel in orde is, of de versie die je van jezelf laat zien wel voldoende bij je past, vindt Pit. Volgens haar moet je eerlijk durven zijn: je hebt namelijk zlf dit bouwwerk gecreerd. ‘Het is n versie van jezelf; andere versies waren misschien ook mogelijk geweest, leer ik mensen in een coachingtraject.’

Voortdurende angst voor ontmaskering

Bij neurotische bedriegers is de angst voor ‘ontmaskering’ groter dan normaal: het is niet alleen een unheimlich gevoel dat bij tijd en wijle de kop opsteekt, het bepaalt hun leven en de keuzes die ze maken. ‘Ik was bang, bang, alleen maar bang’, zei schrijver Leon de Winter ooit tegen interviewer Ischa Meijer. Hij had het over de alles verterende angst ontmaskerd te worden als zoon van een joodse lompenhandelaar. ‘Die voortdurende angst om door de mand te vallen. (...) Ik was als de dood verwijderd te worden, uitgestoten uit de gemeenschap van de gewone kinderen.
 
'Ik wilde ook per se geen lompenhandelaar worden. Dat vond ik, eh, niet voldoende. En mijn vader op zijn beurt had zich voorgenomen dat zijn kinderen nooit met hun handen zouden hoeven werken. Ik moest advocaat worden. En dat wilde ik ook (...) En thuis was ik bang dat ik op een dag niet meer de beste van de klas zou zijn. Want ik moest aan al die verwachtingen voldoen. Angst, angst, angst. Den Bosch was een vestingstad vol wanhoop. Ik overdrijf niet.’
 
Volgens econoom en psychoanalyticus Manfred Kets de Vries kan het kwellende gevoel ‘niet goed genoeg te zijn’ er uiteindelijk toe leiden dat mensen hun loopbaan gaan saboteren. Zoals de manager die ooit tot de besten uit zijn Insead-klas hoorde en die het moeilijk had met een promotie naar de top van het bedrijf waar hij werkte. De spanning reageerde hij af in allerlei verhoudingen met vrouwen en in overmatig drankgebruik, waardoor hij ook nog een auto-ongeluk kreeg. Uiteraard verminderde dit de stress niet. Uiteindelijk nam hij ontslag om te voorkomen dat hij ‘door de mand dreigde te vallen’. Hij hopte snel naar een nieuwe job.

Angst en perfectionisme: grote valkuilen

Mensen die voortdurend worden bezocht door de gedachte een bedrieger te zijn, komen vaak niet echt ver. Ze lopen meestal in de subtop averij op. Volgens coach Sabine Overtoom van Mental Business uit Huizen zijn de angst te mislukken en de neiging tot perfectionisme de grootste valkuilen. ‘Zulke mensen gaan uit onzekerheid fouten maken: een beetje liegen, wat verbloemen. De angst werkt als een self-fulfilling prophecy.’ Sommigen doen er alles aan om vooral niet te slagen. Ze schrijven bijvoorbeeld hun proefschrift niet af, slaan de beurt over als ze promotie kunnen maken, houden een goed idee liever voor zichzelf of ze raken verzeild in allerlei conflictjes waardoor ze uiteindelijk op een zijspoor belanden.
 
Kets de Vries beschrijft hoe een medische wetenschapper die directeur research van een multinational werd op die manier de mist in ging. Zijn angst fouten te maken werd weldra zo groot dat hij voortdurend allerlei rampen op zich af zag komen. Hij ging zich overal mee bemoeien, durfde niets te delegeren, dramatiseerde tegenslag die op zijn weg kwam en zag zichzelf als een hopeloos slachtoffer temidden van aanstormende rampen. Zijn waarneming van de werkelijkheid raakte vervormd: hij zag niet meer wat goed ging. Na een paar slechte managementbeslissingen werd hem dan ook gevraagd zijn functie neer te leggen.
 
Neurotische bedriegers moet je niet als baas hebben. In de top van organisaties ontwikkelen ze zich vaak tot slavendrijvers die ook van anderen de perfectie eisen die zij zelf zo halsstarrig nastreven. Hun bemoeizucht met details, de onrealistische doelstellingen, de veeleisendheid en een gebrek aan vertrouwen in anderen maken van de organisatie een strafkamp. Het gevolg is dat goede werknemers vertrekken en de rest zich probeert te drukken of zich ziek meldt. Uiteindelijk kan een dergelijke persoonlijkheid aan de top de toekomst van een bedrijf in gevaar brengen doordat het steeds slechter gaat presteren.
 
Een ander doemscenario dat Kets de Vries schetst, is dat van de ceo die in zijn perfectionistische angst geen besluiten meer durft te nemen en zich uitlevert aan een leger van consultants. En een ceo die de speelbal is van zijn adviseurs is natuurlijk ook desastreus voor de onderneming.

Ontstaan van het probleem

Hoe worden mensen zo? Natuurlijk kan de persoonlijkheid een gevoeligheid met zich mee brengen, maar het gezin waarin iemand opgroeit is vaak de belangrijkste voedingsbodem, zeggen de deskundigen. Nurture dus, en in mindere mate ook nature. Het gaat vaak om mensen uit een eenvoudig milieu die flink opklimmen of mensen die juist zijn opgegroeid in (kille) gezinnen met succesvolle ouders die hun kinderen vooral op prestaties aanspreken. Gezinnen dus waarin succes een zekere lading meekrijgt, heeft Overtoom in haar coachingpraktijk geobserveerd.
 
‘De problemen zijn in veel gevallen uiteindelijk terug te voeren op een te grote loyaliteit met de ouders. Deze mensen willen diep in hun hart het ouderlijke gezin niet ontstijgen, ze willen helemaal niet succesvoller worden dan hun ouders’, analyseert Overtoom. Dat verklaart ook waarom zij hun loopbaan (onbewust) saboteren.
Deze mensen denken diep in hun hart dat roem en succes hen zullen schaden. Hun functioneren wordt belemmerd door de uiteindelijke overtuiging dat familie en intimi meer van hen zullen blijven houden als ze ‘klein’ blijven.
 
Dergelijke loyaliteitsconflicten zijn volgens Overtoom ook wel te zien bij succesvolle allochtonen die een voorbeeldfunctie krijgen toegedicht. ‘Ze ontstijgen hun milieu, de buitenwereld kijkt nauwlettend toe; een moeilijke uitgangspositie om goed te kunnen presteren. En dat moeten ze vaak ook nog twee werelden in zich verenigen.’ Soms is zelfs ook sprake van een identiteitsverwarring. In het weekend is iemand de eenvoudige visserszoon uit West-Friesland, door de week zit hij aan de champagne in de viplounge van Schiphol. ‘Die twee werelden laten zich soms moeilijk verenigen, wat leidt tot vergissingen’, vertelt Overtoom.
 
De manager die de ober maande om zijn gasten na de sorbet meer te eten te brengen, is een voorbeeld van zo’n vergissing. De man wist niet dat de sorbet slechts de amuse-gueule was en niet het dessert. Een dergelijke vergissing zal je je loopbaan niet kosten, maar de verkramptheid waarmee je zulke blunders hoopt te voorkomen misschien wel.

Mensen waarderen om hun zijn

De psychiater heeft inmiddels een baan gevonden, de middlemanager is toch senior manager. De laatste kwam er na een aantal sessies leiderschapstraining achter dat zijn vader, die van jongste bediende was opgeklommen tot leidinggevende in een internationaal bedrijf, hem onbewust in de weg zat. ‘Mijn vader zag zijn carrire als zijn levenswerk. Hij was er heel erg trots op. Ik kon het hem gewoon niet aandoen op mijn veertigste meer bereikt te hebben dan hij. Dus zorgde ik dat het niet zo ver kwam.’
 
Inmiddels schuift hij moeilijke beslissingen niet meer naar collega’s die vast met intelligentere oplossingen komen, en hij ligt ook niet meer wakker van ‘fouten’ die hij heeft gemaakt. ‘Ik heb me uiteindelijk kunnen bevrijden van het schuldgevoel tegenover mijn vader. Toen mij daarna werd gevraagd senior manager te worden, heb ik die kans met beide handen aangegrepen. Het grappige is dat mijn vader en ik nu ook veel meer kameraadschappelijk met elkaar omgaan’, zegt hij.
 
Ouders zouden ertoe moeten worden aangezet hun kinderen wat meer te waarderen om wie ze zijn, in plaats van om wat ze presteren. Maar als het daarvoor nu te laat is, werkt coaching of psychotherapie misschien als een tegengif tegen onterechte twijfel aan eigen kunnen. Een mentor op het werk kan eveneens veel goeds doen. En ook een leidinggevende mag niet stil blijven zitten als hij ziet dat een medewerker zichzelf in de weg zit. Hij moet die medewerker – op een constructieve manier! – confronteren met diens eigenaardige omgang met succes.
Iedern loopt immers wel eens op tegen zijn eigen beperkingen.
Waar het op neerkomt is dat iemand al of niet met hulp van een ander opspoort welke overtuiging de oorzaak van zijn stagnatie is.
Dat klinkt overzichtelijker dan het is. Vaak komen er in de sessies met de coach heel wat tranen aan te pas, weet Overtoom. ‘Wat je mensen laat ervaren is dat ze echt de moeite waard zijn – om wie ze zijn, en niet vanwege hun prestaties. Nou, dat brengt nogal wat teweeg. Het mooie is wel dat mensen daarna helemaal opbloeien.’
 
Ikzelf kon me na twee weken gelukkig over mijn schrijfangst zetten. Een beetje werkervaring deed de rest. Ik had, zo concludeerde ik, het toeval een wat al te grote rol in mijn leven toebedeeld.

Afrekencultuur tegenwoordig gebruikelijk

Door de tegenwoordige afrekencultuur is het in de top van bedrijven moeilijker geworden om de zenuwen de baas te blijven. Fons Driessen, tot vijf jaar geleden ceo van ingenieursbureau Wavin en tegenwoordig coach van topbestuurders, vertelt hoe de toegenomen pressie soms gemakkelijk te veel wordt.
‘Bestuurders staan steeds meer onder druk. Druk van de beurs, de analisten, de hedgefunds. En dan is er ook nog voortdurend mail die op antwoord wacht. In mijn tijd kon ik de telefoon en de pc nog wel eens uitzetten, om eens rustig na te denken.’
 
Als er een fout wordt gemaakt in het bedrijf, zegt Driessen, kan een ceo dat niet altijd zelf opvangen. En dan staat hij ook nog constant in de schijnwerpers. ‘Er wordt van hem verwacht dat hij een antwoord heeft op moeilijke vragen. Ik hoor ceo’s gelukkig steeds vaker zeggen: dat weet ik niet en dat wil ik niet weten ook. Twijfel aan jezelf is helemaal niet zo ongezond. Goede leiders aarzelen k. Twijfel geeft soms extra daadkracht, omdat na zorgvuldige reflectie met dubbele energie een bepaalde koers kan worden uitgezet.
 
Iets anders is natuurlijk de controledwang die met perfectionisme samenhangt. Ik adviseer mensen die daar last van hebben, vooral de zaken te doen waar ze energie van krijgen. De andere zaken moeten ze maar delegeren of een beetje verwaarlozen. Je kunt niet overal goed in zijn.’

Mental Business